Het bedrijfsleven is wél serieus bezig met het milieu. Daar mag de samenleving veel goeds van verwachten.
In het bedrijfsleven is duurzaamheid de politieke correctheid voorbij. Het bedrijfsleven lijkt om, en de samenleving mag daar veel goeds van verwachten.
Maar wie hieruit zou afleiden dat duurzaam ondernemen is ingeburgerd en maatschappelijk verankerd, die oordeelt te snel. Bedrijven besteden wel steeds meer aandacht aan duurzaam ondernemen (ook wel aangeduid al maatschappelijk verantwoord ondernemen of MVO ), maar in de samenleving wordt deze ontwikkeling nog steeds vooral afgedaan als ’pr’, ’greenwash’ of ’window dressing’.
Neem de reacties op het recent door het accountantsbureau Ernst & Young gepubliceerde onderzoek naar de kwaliteit van maatschappelijke jaarverslagen. Op de website Accountant.nl worden de resultaten van dit onderzoek als volgt samengevat: „Veel kwantiteit, weinig kwaliteit (...) De focus is vaak zoek en het pr-gehalte hoog.”
Maar wie het rapport zorgvuldig leest, komt tot heel andere conclusies. Het benadrukt dat de kwantiteit van de verslagen hoog scoort. Van de 36 voor het onderzoek geselecteerde, prominente bedrijven „blijken er al 27 een separaat maatschappelijk verslag te hebben waarin zij uitgebreid ingaan op diverse aspecten van MVO .” Daarin wordt, anders dan tien jaar geleden, niet alleen aandacht besteed aan milieu, maar komen uiteenlopende maatschappelijke onderwerpen aan de orde zoals corporate governance, discriminatie, veiligheid, papiergebruik en CO2-impact.
Daarnaast komt het rapport met een aantal interessante observaties over de kwaliteit van de maatschappelijke verslagen, en doet het aanbevelingen om die kwaliteit te verbeteren. Met andere woorden, MVO is bezig aan een opzienbarende opmars in het Nederlandse bedrijfsleven, zowel kwantitatief als kwalitatief. Maar de pavlovreactie hierop in de samenleving blijkt toch nog steeds: het stelt niet veel voor.
Het rapport van Ernst & Young gaat ook in op de vergelijkbaarheid van verslagen. In het overgrote deel van de onderzochte verslagen (86%) wordt gebruik gemaakt van de richtlijn van het Global Reporting Initiative (GRI). Dit GRI is niet alleen in Nederland, maar wereldwijd bezig dé standaard te worden op het gebied van maatschappelijke verslaglegging. Maar GRI is ook een voorbeeld van vrijwillige samenwerking tussen bedrijven, maatschappelijke organisaties, vakbonden, investeerders, accountants en anderen.
Het voorbeeld van GRI bevestigt hoezeer duurzaamheid in het bedrijfsleven wordt gestimuleerd door de interactie met stakeholders, in het bijzonder de maatschappelijke organisaties.
In 1995 stonden Shell en Greenpeace als kemphanen tegenover elkaar vanwege de Brent Spar, ruim tien jaar later ontwikkelt Akzo Nobel samen met Greenpeace een verf voor schepen waarin geen tin meer is verwerkt. TNT werkt samen met Milieudefensie om de CO2-uitstoot van het bedrijf omlaag te brengen.
Het Wereld Natuur Fonds werkt al sinds 2001 samen met Essent op het gebied van duurzaamheid en energiebesparing. De voorbeelden van nieuwe vormen van samenwerking tussen bedrijven en maatschappelijke organisaties zijn legio.
Aan de ene kant pleiten maatschappelijke organisaties steevast voor nieuwe wettelijke MVO -verplichtingen voor bedrijven. Tegelijkertijd zijn maatschappelijke organisaties druk doende om duurzaamheid vorm en inhoud te geven op basis van onderlinge afspraken met diezelfde bedrijven.
Maar in de samenleving wordt de betekenis van deze nieuwe vormen van samenwerking nog steeds niet voldoende onderkend, ook niet door de maatschappelijke organisaties zelf...
Paul van Seters
Hoogleraar globalisering en duurzame ontwikkeling aan TiasNimbas Business School.
BRON: Trouw 14/03/2008